Optimisme als motor voor ontwikkeling

Door Renate Mamber
, 30 oktober 2018

Leestijd: 5 minuten
 

Resultaten meten en kinderen labelen zijn zo belangrijk geworden in het onderwijs dat er soms weinig aandacht is voor het effect van hoop en optimisme. Dat zijn immers ook lastige, onmeetbare begrippen. Tijdens de lezing van het Huis van Erasmus op zondag 28 oktober werden ze concreet: wat kun je ermee en hoe?

‘Het is niet makkelijk om in deze tijd optimistisch te zijn’, vindt Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek en de gastspreker van de dag. ‘Er komt zo veel negatief nieuws op ons af. Ook bij kinderen komt deze informatie bijna ongefilterd binnen via internet en sociale media.’ Het leren omgaan met al dit nieuws en met de ingewikkelde wereld waarin wij leven, is een taak van het onderwijs, vindt De Winter. ‘Ik geloof dat de rol van de opvoeder alleen maar belangrijker wordt. Niet alleen die van de leerkracht, maar ook die van de ouder en de volwassenen op bijvoorbeeld de sportclub en in de wijk.’

Werkelijkheid niet verdoezelen

De Winter haalt de pedagoog Lea Dasberg aan. ‘Zij stelde in de jaren negentig: jonge mensen hebben hoop, optimisme en levenslust nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Het is de motor van hun ontwikkeling.’ De manier waarop de kinderen de wereld zien, hangt volgens De Winter voor een belangrijk deel af van hoe wij de wereld aan hen presenteren. ‘Dat betekent dat we de werkelijkheid niet moeten verdoezelen, maar dat we het pedagogisch voor ze moeten vertalen. We moeten leed en onrecht presenteren samen met hoop en de mogelijkheden om de situatie te verbeteren.’

' Jonge mensen hebben hoop, optimisme en levenslust nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Het is de motor van hun ontwikkeling.’

Vreedzame School

Hoe dat dan precies moet, daarvoor heeft De Winter een model van de hoopgevende sociale pedagogiek. In het kort komt dat erop neer dat volwassenen handelsperspectieven moeten cultiveren. Dit houdt in dat je kinderen kunt bijbrengen hoe ze dingen in hun eigen omgeving kunnen veranderen. Vervolgens moeten we zorgen dat kinderen niet impulsief oordelen. Dus niet binnen een seconde hun oordeel over iets of iemand klaar hebben, maar eerst vragen stellen en nadenken. Ook moeten volwassenen optimisme zelf voorleven en uitstralen. Tenslotte moeten ze participatie bevorderen; zorgen dat kinderen zelf kunnen meehelpen om dingen te veranderen. Dit kan bijvoorbeeld met programma’s als De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk. Daarin wordt kinderen al vroeg geleerd hoe ze een stem hebben in dingen die om hen heen gebeuren.

Micha de Winter

Micha de Winter

Dialoog

Deze theoretische uitleg ontlokt aan de zo’n honderd bezoekers, voor een groot deel afkomstig uit het onderwijs, praktische vragen. Een bezoeker die veel met migrantenkinderen werkt: ‘Ik merk dat deze kinderen in drie werelden leven: school, thuis en de straat. Voor elke wereld passen ze hun waarden en normen aan. Wat kun je daaraan doen?’

'Kinderen van migranten leven in drie werelden: school, thuis en de straat. Voor elke wereld passen ze hun waarden en normen aan.'

Dennis de Vries van De Vreedzame Wijk Utrecht geeft aan dat het daarom zo belangrijk is dat een hele wijk een positieve houding uitdraagt. ‘De school, de buurt, de sportclub; we werken in De Vreedzame Wijk allemaal vanuit dezelfde visie.’
Hélène Dongelmans van de CED-Groep vult aan dat een Vreedzame School ook verbindt. ‘Vanuit een Vreedzame School wordt altijd de dialoog met de ouders gelegd. We zijn samen verantwoordelijk. School en ouders werken vanuit een WIJ-WIJ gedachte.’

Vreedzame wijk

De juiste vragen

Een docent uit het publiek merkt op dat hij onder zijn leerlingen veel zwart-wit denken tegenkomt, bijvoorbeeld over homo’s en moslims. ‘Het lukt mij niet om een genuanceerder beeld in die hoofden te krijgen.’

Dennis geeft daarop aan dat hij als schoolleider dit soort situaties ook tegenkwam. ‘Bijvoorbeeld jongens die zeggen: "Ik ben 100% Turk of 100% Marokkaan." Als ik dan vraag: “Noem eens vijf grote steden in Turkije”, dan blijft het stil. Als ik dan vraag: “Noem vijf grote steden in Nederland”, dan weet hij ze wel. Vervolgens zegt zijn vriend: “En noem jij jezelf 100% Turk?”
Wat ik hiermee wil zeggen is, dat je je niet normatief moet opstellen van: zo is het. Stel de juiste vragen en ga samen op zoek naar antwoorden.’

Een reactie plaatsen