Wat willen de Rotterdamse partijen op onderwijsgebied?

Door Ronald Buitelaar
, 27 februari 2018

Leestijd: 5 minuten
 

Hoewel gemeentes maar beperkt iets te zeggen hebben over onderwijs weerhoudt dat politieke partijen er niet van om vaak uitgebreide onderwijsparagrafen in hun gemeentelijke verkiezingsprogramma’s op te nemen. Het ROM bekeek de beschikbare programma’s van de zittende partijen, op lijstvolgorde.

Bezem door het MBO 

LeefbaarRotterdam is kort van stof, aanzienlijk korter van stof dan andere partijen. Meer discipline op de Rotterdamse scholen, de bezem door het mbo en stoppen met islamitisch onderwijs. Daar komt het bij deze partij op neer.

 

 

Traditioneel veel aandacht voor eerlijk 

PvdA Bij de PvdA is traditioneel veel aandacht voor eerlijke kansen. Zo maakt de partij zich sterk voor een ‘redelijke vrijwillige ouderbijdrage’ en krijgt iedereen in de bijstand alvast 35 euro per kind per jaar ter compensatie van die ouderbijdrage. Het mbo ziet de PvdA het liefst helemaal kostenvrij worden. Nog een dure wens: schoolklassen met maximaal 20 leerlingen.

 

 

Laat onderwijs, gemeente en bedrijfsleven afspraken maken voor een betere aansluiting  onderwijs-arbeidsmarkt

D66 Veruit de langste paragraaf is die van zelfbenoemde onderwijspartij D66. Opvallend punt: een convenant waarin onderwijs, gemeente en bedrijfsleven afspraken maken om onderwijs en arbeidsmarkt beter te laten aansluiten. Verder wil de partij dat scholen minimaal drie uur bewegingsonderwijs laten verzorgen door gekwalificeerde vakdocenten. Dat gebeurt al op Lekker Fit! scholen. De vraag is of het ook elders lukt, want recent bleek dat twee uur al vaak niet haalbaar is.

 

 

Aandacht voor bestrijding van ongelijkheid 

SP Ook bij de SP is veel aandacht voor bestrijding van ongelijkheid in het onderwijs. De partij ziet dat liever niet aangepakt worden met targets en extra rekenen en taal, maar met meer sociaal-maatschappelijke ondersteuning en sociaal-pedagogische begeleiding. De SP erkent dat het Rijk over het onderwijs gaat, maar vindt bijvoorbeeld dat de gemeente best kan zorgen voor kleinere klassen van maximaal 23 leerlingen.

 

 

Aandacht voor eigen verantwoording

VVD Misschien de opvallendste zin in de VVD-onderwijsparagraaf is de laatste: ‘Alle mensen met een bijstandsuitkering worden gescreend op laaggeletterdheid en digivaardigheden.’ Of voor deze groep de eerder genoemde eigen verantwoordelijkheid om scholing te volgen plaats moet maken voor dwang blijft onduidelijk. Verder is er in de onderwijsparagraaf van de VVD veel aandacht voor zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en vroege signalering van problemen.

 

Voor elke onderwijsvorm iets wils 

CDA Het CDA heeft voor elke onderwijsvorm iets wils, maar heeft ook een aantal opvallende punten. Zo wil de partij de lerarenopleidingen uitbreiden met een speciaal profiel voor onderwijs aan 2 - 6 jarigen en krijgen 18 - 23 jarigen zonder startkwalificatie niet langer een uitkering. Zij worden intensief begeleid naar een opleiding of een baan. Een IT-campus moet de arbeidsmarkt van Rotterdam leidend maken op het gebied van informatietechnologie.

 

 

Gezonde leerlingen in gezonde gebouwen

GroenLinks koerst op gelijke kansen en diversiteit. Uitbreiding voorschoolse educatie, stimuleren ouderbetrokkenheid, passend onderwijs voor elk kind. Samengevat: De partij wil gezonde leerlingen, gezonde gebouwen en een gezond onderwijsstelsel. Opvallend: een innovatiebudget waarom scholen gestimuleerd worden om ‘kansen te pakken in de economische omslag naar groene en duurzame techniek’.

 

 

Talenten benutten door een samenwerkende stad

Nida signaleert met dank aan het marktdenken toenemende ongelijkheid. Talent wordt niet herkend en erkend waardoor unieke kwaliteiten worden verspild. Nida staat voor een brede ontwikkeling en trekt die breder dan het klaslokaal: It takes a village. Sportverenigingen, lokale ondernemers, levensbeschouwelijke organisaties. Allemaal kunnen ze een rol spelen. Kleinschaligheid op scholen en in klassen hoort daarbij. Ook in het mbo.

 

 

       

Leerlingen naar een school vervoeren die bij hun identiteit past 

CU/SGP zijn de enige partijen die zich in hun gezamenlijke onderwijsparagraaf beperken tot de zaken waar de gemeente wettelijk over gaat. Zo willen de partijen niet dat onderwijshuisvesting gebruikt wordt om scholen tot samenwerken te dwingen. Ook pleiten de partijen voor handhaving van ‘signatuurvervoer’ om leerlingen naar een school te vervoeren die bij hun identiteit past.

 

Meer maatschappelijke voorzieningen

Partij voor de Dieren stelt vast dat de gemeente de publieke zeggenschap over kerntaken als onderwijs moet herstellen. Verder stimuleert de gemeente dat alle basisscholen en middelbare scholen aandacht besteden aan natuur en milieu dieren(welzijn). Ook investeert de stad in maatschappelijke voorzieningen als sportaccommodaties, schoolzwemmen en sportlessen en in culturele voorzieningen zoals bibliotheken en musea.

 

 

1% van stedelijke onderwijsbegroting naar innovatie

Stadsinitiatief: De nog jonge partij van ex D66’er Jos Verveen heeft vier speerpunten geformuleerd: betere en gezondere schoolgebouwen, gekwalificeerde kunst- en cultuurdocenten voor de klas, ontneem gevluchte kinderen hun moedertaal niet en opmerkelijk: een stadsfonds voor innovatie in Rotterdam ter grootte van 1% van de stedelijke onderwijsbegroting. Waarmee Stadsinitiatief zijn visitekaartje afgeeft:  het initiatief zoveel mogelijk bij de Rotterdammers zelf leggen. 

 

 

Een reactie plaatsen