Wegwijs tussen nieuws en nepnieuws

Door Renate Mamber
, 1 oktober 2018

Leestijd: 4 minuten
 

In hoeverre verschilt begrijpend lezen in de 21e eeuw van begrijpend lezen vroeger? Hoe leren we leerlingen bijvoorbeeld in het woud van nieuws en nepnieuws onderscheid te maken tussen feit en mening? Deze en andere prangende vragen kwamen aan bod op 26 september tijdens de conferentie Begrijpend lezen en 21e-eeuwse vaardigheden.

De organisator van de conferentie, het Kenniscentrum Begrijpend Lezen, probeert een brug te slaan tussen wetenschap en onderwijspraktijk. Hoe zeer dat nodig is blijkt tijdens het evenement, want de ontwikkelingen gaan razendsnel. ‘In 2009 zijn de iPad en de smartphone geïntroduceerd’, vertelt Eliane Segers van universiteit Twente aan de bezoekers uit het basis- en voortgezet onderwijs. ‘Dat is pas tien jaar geleden. Inmiddels is het digitale alom vertegenwoordigd in de scholen. Als wetenschappers hobbelen we daar achteraan.’

Online versus print

Toch wordt er al veel onderzoek gedaan naar begrijpend lezen en nieuwe media, zegt Eliane. Bijvoorbeeld naar het verschil tussen lezen online versus print. ‘Volgens onderzoek leidt lezen vanaf papier gemiddeld tot een beter begrip dan online lezen. Maar wat is precies onderzocht? Het online lezen vanaf een e-reader of vanaf een telefoon? Zit daar nog verschil in?’ Kortom, zegt ze aan het eind van haar betoog: ‘Lezen is complexer geworden en het onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar leerkrachten hebben veel basiskennis in huis die ze kunnen inzetten.’

Wegwijs tussen nieuws en nepnieuws

Maar hoe zit het dan met wat je leest? Wat is betrouwbare informatie en wat niet? Daarover vertelt Peter Burger van universiteit Leiden. ‘De enorme hoeveelheid commercieel nepnieuws die op internet rondgaat, is echt iets nieuws’, geeft hij aan. ‘Dat is mogelijk gemaakt door sociale media en Google.’

Onzinverhalen

Bij commercieel nepnieuws gaat het om berichten die tot doel hebben mensen naar advertenties te lokken. Meestal gaat het om onzinverhalen waar mensen uit nieuwsgierigheid op klikken. Burger laat een ontluisterende top vijf zien van berichten die veel worden gedeeld op sociale media en die onwaar zijn bevonden. ‘Het zijn berichten van onduidelijke platforms en niet van bekende, reguliere media. Het meeste gedeelde bericht is bijvoorbeeld “Slik een pissebed tegen hooikoorts”.

Burger geeft aan dat er veel tools zijn die je kunt inzetten om te achterhalen of iets waar is of niet. Maar lang niet iedereen kent die tools, gebruikt die of, erger nog, wil die gebruiken. Hij laat uitkomsten zien van onderzoek naar mediawijsheid onder kinderen. ‘Als kinderen een bewering op hun tijdlijn voorbij zien komen, dan geeft slechts 43 procent aan dat ze de bewering willen checken.’

Feit of mening?

Hoe kun je leerlingen leren de betrouwbaarheid van informatie te beoordelen? Een van de workshops van de conferentie, de workshop “Feit of mening?” gaat daar dieper op in. ‘We hebben verschillende talige middelen om perspectief aan te geven’, stelt Jacqueline Evers van universiteit Utrecht. ‘Met woorden als “volgens mij”, of “ik denk” geef je bijvoorbeeld aan vanuit welk perspectief iets wordt verteld. Aan dat soort woorden kun je in het onderwijs aandacht geven. Daar kun je mee spelen. Dat maakt het onderwijs in taal ook leuker. Wie doet hier in de praktijk wat mee?’

‘Wij laten leerlingen nieuwsberichten omzetten in meningen en andersom’, vertelt een aanwezige. Maar een ander zegt daar geen tijd voor te hebben. ‘Wij zijn toch vooral bezig met de grammatica.’

Wegwijs tussen nieuws en nepnieuws

Niet alle antwoorden

De workshop gaat ook kort in op dat kinderen al vroeg zelf informatie moeten zoeken voor bijvoorbeeld werkstukken. ‘Leerlingen worden geacht dit te kunnen’, zegt Evers, ‘maar de basisbeginselen van hoe je bijvoorbeeld een website beoordeelt op betrouwbaarheid, hebben ze nog niet geleerd. Lesmateriaal daarover wordt pas aangeboden in klas 5 of 6 van het vwo.’

Een van de inzichten van de workshop en misschien van de hele conferentie is dan ook: ‘We hebben nog niet alle antwoorden; die zijn we aan het ontwikkelen.’

Een reactie plaatsen