Column Anne-Marie - Menselijke maat

Door Anne-Marie Plasschaert
, 29 maart 2020

Leestijd: 4 minuten
 

Eindelijk is verklaard wat wij allemaal al wisten: de kantoortuin is geen zegen voor wie er moet leven en werken. Dat blijkt nu uit onderzoek. En wanneer wetenschappers het zeggen, dan is het waar.

Onze studenten en wij als vaste begeleiders van de praktijkdagen weten dat al langer. Wij vertoeven veel uren in die praktijklokalen en voor de redactiemedewerkers is dat een enorme kantoortuin. Daar moeten wij blij mee zijn, want die lokalen zijn goed gefaciliteerd met iMacs op werkeilanden, een geavanceerde beamer, een luchtverversingssysteem, een sta-overlegtafel enzovoort. Dit is een heus walhalla voor de kantoortuinliefhebber.

Als wij allemaal aanwezig zijn, herbergt onze kantoortuin zo’n vijfenzestig mensen. We klagen dan steen en been: het is te druk, je ziet elkaar voortdurend, je kunt je niet concentreren, er is geen goede akoestiek, je kunt niet bellen of rustig overleggen en je aantekenblok past niet naast de computer met toebehoren op tafel. Nou is klagen ons eigen, maar dat de studenten zich in deze heksenketel zouden kunnen concentreren, gaat er bij mij niet in. Deze vaak nog ‘kinderen van een jaar of zeventien’ klagen over hoofdpijn, pijnlijke ogen, benauwdheid, vermoeidheid en vooral over het feit dat ze elkaar en zichzelf constant afleiden. Ze komen tot niets, net zomin als wij. En datzelfde hoor ik op de radio naar aanleiding van het onderzoek: ‘Wel gezellig, maar dodelijk vermoeiend’. Een deskundige probeert nog positief te zijn over stilte-, concentratie- en werkruimtes naast de kantoortuin, maar helaas ontbreken die meestal. Zo ook bij ons, waar overigens eveneens het idee tuin niet bestaat, want er is geen rustgevend groen, al is dat lang geleden toegezegd.

Waar ooit voor onze studenten kleine ruimtes waren om in rust te overleggen, een gesprek te voeren of te telefoneren, vind je nu de opslag van een technieklokaal. Ons destijds ruime theorielokaal is directieruimte – wij hebben de beschikking over een lokaal voor een groepje van vijftien. Als docenten kunnen we ons terugtrekken op krappe, flexibele werkplekken. Het onderwijsondersteunend personeel, goed voor meer dan de helft van alle werknemers, zit in goed-geoutilleerde werkruimtes: geen echte kantoortuinen, maar wel planten. Volgens de efficiency-spreadsheet-berekeningen zal het allemaal wel kloppen, dat aantal vierkante meters voor mensen en functies, docenten en studenten. Maar misschien zou een toekomstig onderzoek eens kunnen gaan over de boekhoudersmentaliteit: of dat wel strookt met de menselijke maat.


Anne-Marie Plasschaert schrijft voor het ROM over haar belevenissen als docent Journalistiek op het Grafisch Lyceum.

Deze column verscheen in ROM2, april 2020.

Meer columns van Anne-Marie

foto: Jobke Rensen

Een reactie plaatsen