Column Anne-Marie - Werkweek

Door Anne-Marie Plasschaert
, 27 november 2019

Leestijd: 4 minuten
 

Terwijl in Nederland docenten nóg maar eens bezig waren om via actie hogere lonen, minder werkdruk en kleinere groepen af te dwingen, liep ik met collega’s en studenten door Boedapest. Wij waren op werkweek. Bij ons op school heet dat voor de redactiemedewerkers een communicatieweek - wij ‘werken’ het hele schooljaar.

Voor de allereerste keer waren we in Boedapest en voor de allereerste en waarschijnlijk enige keer met zo’n honderd studenten in één stad. Met zeven collega’s loodsten wij de troep het kleine vliegveld uit op weg naar de bestelde minibussen. We versperden de uitgang, belden met hostals en nauwelijks verstaanbare chauffeurs ‘dat wij er al waren’.  En na een half uur verdween de eerste groep in drie busjes. Daarna de volgende - ‘Heb je wel geld? Jullie busjes moeten nog betaald!’, want elke hostal organiseert op eigen wijze. Zo begon ons Hongaarse avontuur.

Ondanks alle voorbereidingen bleek veel net even anders dan gedacht. Zo waren onze honderd studenten verdeeld over vier centraal gelegen hostals zonder bar, en die is van belang om elke late avond de koppen te tellen. Met de Hongaarse munt (huf) moesten we vaak cash betalen - bedragen van boven de 100.000 waren niet uitzonderlijk. En we liepen met drie pinpassen voor verschillende betalingen, uitgaande van het met honderd man tegelijk opereren bij activiteiten.

Boedapest is een mooie en tegelijk ruige stad. Dus naast het berekenen van financiën, geld overhevelen van het ene naar het andere begeleidende koppel, op tijd bij kassa’s staan om entree voor escaperooms of musea te betalen, het collegiale middagoverleg als de studenten zelf met opdrachten bezig waren, traden wij docenten ook ’s nachts op. Dan hielden wij studenten bij de bar op de hoek bezig om te voorkomen dat ze zelf zouden gaan stappen en brachten ze naar hun hostal terug als het onverantwoord leek ze zelfstandig te laten gaan.

Kortom, het was een echte werkweek, zonder overwerkvergoeding want ‘je bent er tenslotte zelf ook even uit’.  En dus zaten wij op de laatste avond om 21.30 uur in de laatste boot voor een tochtje over de Donau en op de ochtend van vertrek bezochten we een uurtje de grootste synagoge van Europa. Boedapest is een mooie stad.

 


Anne-Marie Plasschaert schrijft voor het ROM over haar belevenissen als docent Journalistiek op het Grafisch Lyceum.

Deze column verscheen in ROM5, december 2019.

Meer columns van Anne-Marie

foto: Jobke Rensen

Een reactie plaatsen